Home Kennisbank Kalibratie Grondbeginselen

Kennisbank

Grondbeginselen

Onze producten worden in ons eigen meetlaboratorium gekalibreerd, welke vanzelfsprekend voldoen aan de normen (DIN EN ISO/IEC 17025) en overige voorschriften die de nationale accrediteringsinstelling in Duitsland (DAkkS) hieraan stelt. Ons gekwalificeerd personeel is opgeleid voor alle eisen en verricht op klantverzoek, nauwkeurige en tijdige kalibratie uit.

Het kalibreren van temperatuursensoren is noodzakelijk als door normen of wetten het herleiden naar de internationale standaard is vereist. Kwaliteitsbewakingsnormen, zoals DIN EN ISO 9000, vereisen voor alle kwaliteitsrelevante meet- en testmiddelen een regelmatige kalibratie en wel met herleiding naar voor het realiseren van de SI-eenheden dienende nationale en internationale normen.

Verder kan kalibratie van toepassing zijn als kleinere limietafwijkingen noodzakelijk worden dan deze in DIN EN 60751 zijn voorgeschreven of voor controle van de langtijdstabiliteit van een temperatuursensor.

Kalibreren betekent het vaststellen van de meetafwijking aan de complete temperatuursensor of de meetketen (temperatuursensor met meetomvormer). Bij het kalibreren vindt geen technische ingreep plaats aan het test item. Bij meetapparaten, die waarden weergeven, wordt door het kalibreren de afwijking vastgesteld tussen weergave en de als juist geldende waarde van de meeteenheid. Er vindt geen verandering plaats aan het apparaat, zoals bv. nulpuntafstelling.

Bij het kalibreren van temperatuursensoren wordt onderscheid gemaakt tussen twee processen: Kalibreren op vaste punten en kalibreren volgens de vergelijkingsmethode.

1. Kalibreren op vaste punten

Het kalibreren op vaste punten wordt hoofdzakelijk alleen toegepast voor Pt-standaardweerstandsthermometer conform ITS 90 (internationale temperatuurschaal van 1990). Vaste punten zijn fase-evenwichten van zeer zuivere stoffen (stollings-, smelt- of tripelpunten). Vaste punten worden in een vloeistofbad of in een verticale oven met meerdere zones getemperd. Vaste punten kunnen bestaan uit een open of gesloten glazen bak die de betreffende stof (water of metaal) in de meest zuivere vorm > 99,9999% bevat. De stoffen, temperaturen op vaste punten en bouwvorm van de cellen zijn beschreven in IST:90.

Het kalibreren op vaste punten vindt plaats tussen 0,01°C (tripelpunt van water) en 921°C met een meetonzekerheid van 0,5mK tot 5mK. Het kalibreren op vaste meetpunten vereist veel tijd en apparatuur, zodat dit alleen is voorbehouden aan Duitse overheid instanties zoals het Physikalisch Technische Bundesanstalt (PTB) en een paar DKD (Deutscher Kalibrierdienst) instellingen.

2. Kalibreren volgens de vergelijkingsmethode

De meeste van de industrie-temperatuursensoren worden volgens de vergelijkingsmethode gekalibreerd. In vergelijking met het kalibreren op vaste punten kan het kalibreren volgens de vergelijkingsmethode aanzienlijk eenvoudiger worden uitgevoerd. Bij het kalibreren worden de test-items met één of twee standaardthermometers in een vloeistofbad of een beproevingsoven ingebracht.

Als badvloeistoffen worden gebruikt:

Vloeistof Temperatuurbereik
Ethanol -100°C tot 0°C
Water 0°C tot 99°C
Siliconenolie 50°C tot 250°C
Zoutoplossing 180°C tot 630°C
Tin 250°C tot 630°C

Vergelijkingsmetingen kunnen in beproevingsovens tot 1600°C worden uitgevoerd. De test-items en de vergelijkingsstandaards worden in een zone met gelijkmatige en constante temperatuur ingebracht. De test-items worden zo in de beproevingsinstallatie ingebracht dat een fout door warmte overdracht is uitgesloten. Vóór het kalibreren worden de test-items op werking en isolatie volgens DIN EN 60751 gecontroleerd. Als standaard worden nauwkeurige PT weerstandsthermometers of thermokoppels gebruikt die door een DKD/DAkkS of door een overheid erkende keuringsinstantie zijn gekalibreerd. Na stabilisatie van de baden of oveninstallatie worden deze in vergelijking met de standaard referentie gemeten. Over het resultaat wordt een kalibratiecertificaat opgesteld.